Bookmark and Share

Achtergrondinformatie over de productie van PAVATEX-houtvezelisolatieplaten

PAVATEX-houtvezelisolatieplaten worden met behulp van het zogenaamde natte-productieproces gemaakt. Dit in tegenstelling tot middeldichte houtvezelplaten (zoals spaanplaat) die met een droog-productieprocedé worden gemaakt. Bij de natte-productie zijn het de natuurlijke bindmiddelen die bestanddeel vormen van het hout (hoofdzakelijk lignine) die de consistentie aan het eindprodukt geven. Dit wordt bereikt door de houtvezels door middel van thermomechanische methoden te vervezelen en vervolgens de door te walsen onstane 'vezelkoek' onder toevoeging van warmte te laten drogen. Bij deze methode is het niet nodig om extra chemische bindmiddelen te gebruiken. De producten van PAVATEX zijn dan ook 100% natuurlijk.

Historische ontwikkeling van het natte-produktieproces 
De produktie van houtvezelplaten m.b.v. het natte-produktieproces begon in 1926 met de uitvinding van een economisch en industrieel bruikbare methode voor het vervezelen van hout. Houtvezelplaat was toen één van de eerste houtprodukten die  industrieel gefabriceerd werden. Houtvezelplaat werd in het begin vooral toegepast bij het maken van meubelen en later ook meer en meer in de bouw. Door voordelen als stabiliteit en groot formaat vond het nieuwe bouwmateriaal snel zijn weg.



Download PDF

Houtvezel/ruwe platen
Voor het maken van vezelplaten wordt voornamelijk naaldhout gebruikt. Bij voorkeur wordt hout van de fijne spar en de den gebruikt, af en toe ook van de grove den en de lariks. De belangrijkste voordelen van naaldhout zijn de hoge mate van beschikbaarheid en de kwaliteit van de vezelstruktuur die er voor zorgt dat de uiteindelijke plaat steviger en dichter wordt. Als grondstof wordt vooral vers resthout van zagerijen gebruikt, zoals schors, spint (het zachte hout onder de schors) en spaanders. Het aangeleverde materiaal wordt versnipperd. In dit stadium heeft het hout nog een vochtigheid van meer dan 35%.  

Het procedé van de houtvezelplaatproduktie met het natte produktieproces.
Onder invloed van waterdamp en onder een druk van 3-8 bar worden de houtsnippers geweekt en voorbereid op de volgende stap, de vervezeling. Bij de tegenwoordig meest gangbare (defibrillatie) methode wordt het hout tussen grote, stalen (molen-) stenen tot vezels vermalen. Afhankelijk van het gewenste eindprodukt kunnen de vezels vervolgens met een raffinator tot fijnere vezels vermalen worden, het zogenaamde raffineren.

Met dit procedé wordt de oppervlakte structuur van de vezels zo geactiveerd dat bij het latere drogen van het houtvezelisolatiemateriaal de in het hout aanwezige bindmiddelen (lignine) en het water afbinden en het niet nodig is om lijm toe te voegen. Dat bij enkele van de producten toch bijvoorbeeld bitumenhoudende bindmidmiddelen worden toegevoegd (ca 2 gewichts %)  is enkel om een eindkwaliteit te kunnen bereiken die met hout alléén niet haalbaar is.

De tot 98% water opgezwollen vezels worden allereerst in kuipen opgeslagen en later op de vormmachine tot een vezelkoek uitgewalst. Na het mechanisch uitpersen van een groot deel van het water wordt de vezelkoek op lengte gesneden  en gaan dan in de droogovens. Daar worden ze bij temperaturen van 160 tot 220° C gedroogd.

Evenals het energiegebruik bij de vervezeling, het drogen en de rest van het procedé kon ook het watergebruik bij PAVATEX drastisch gereduceerd worden door het toepassen van een gesloten waterkringloop in combinatie met een waterzuiveringsinstallatie. Een internationale jury honoreerde deze inspanningen met de Europese milieu-prijs.

Eindproduktie en opslag 

De dikte van één enkele houtvezelplaat is ongeveer 8-30 mm. Om dikkere platen te kunnen maken worden meerdere ruwe platen (ca. 2,50 x 5,25 m) met houtlijm op elkaar gelijmd. Daarna worden ze op maat gesneden en afhankelijk van het eindproduct voorzien van veer en groef.
PageLanguageNLNL